Drie minuten gespeeld. Net even een verkeerde beweging. Einde seizoen. Het overkwam Tia Verbeeck in de thuiswedstrijd tegen Fortuna. Het overkwam twee dames van LDODK in een oefenwedstrijd tegen KZ, het overkwam een dame van Unitas, net als Tia in de tweede wedstrijd van de competitie. Allen wachten ze nu op een operatie, waarna het lange (vaak eenzame) herstel volgt. In die fase zit nog een aantal spelers uit de KL, die het vorige seizoen met zware blessures werden geconfronteerd. We zitten nu in ronde 4 (van 18). Waar gaat dit heen?
Toeval? Vuile pech? Genoeg preventie? Warming up? Rust? Herstel? Te intens? Zeg het maar. De cijfers liegen er niet om. Zelfs de Team NL spelers overkomt het. Vanuit die invalshoek zou je toch de conclusie moeten trekken dat de meeste zaken rondom het voorkomen van blessures toch wel zijn geregeld. En toch gebeurt het.
Zegt dat iets over onze sport? Over die intensiteit, over de contactmomenten, over het feit dat steeds meer wordt toegestaan? Korfbal op topniveau heeft zich de afgelopen jaren enorm ontwikkeld, zeker als kijksport. Van mandje-bal met een ‘zesje’ naar topsport met getrainde atleten die alles (vooruit, bijna alles) doen om maximaal te kunnen presteren. De mooie doelpunten onder zeer hoge druk vliegen je inmiddels om de oren. De aanvaller zal moeten opschalen om onder die hoge druk uit te komen, de verdediger zal moeten opschalen om uiteindelijk toch dat schot te blokken of op z’n minst onder druk richting korf te laten gaan. Ook die dynamiek heeft zich ontwikkeld. Soms richting een niveau, waar inmiddels zo’n beetje alles geoorloofd is. En of dat in het kader van ‘we moeten er ook voor zorgen dat we een beetje heel blijven’ het geheel ten goede komt. Ik vraag het me af?
Geen Calimero-gedrag van mijn zijde. De afgelopen drie wedstrijden tegen drie topploegen hebben de wetmatigheid van competitie aangetoond. Ook bij korfbal is er gewoonweg nog een te grote afstand tussen de echte top en de teams die spelen voor lijfsbehoud. Dat zie je overal. Kijk maar naar PSV en Ajax 😉. DSC kon één helft goed mee met DVO. Dalto deed dat een dag later één helft tegen LDODK. En dan is 50 minuten lang. We kijken uit naar de clash volgende week in de Vijfkamp.
Dat brengt me op nog wel één puntje als het gaat om die Vijfkamp in relatie tot de hierboven genoemde blessures: Hars! Voor degenen die het niet weten. De Vijfkamp wordt tevens gebruikt door PSV handbal als het gaat om hun eredivisiewedstrijden van Dames en Heren 1. Deze teams spelen met hars. Dat werkt als volgt: als je wat hars op je vingertoppen smeert, heb je de bal meteen klemvast als deze naar je wordt gegooid. Op topniveau handbal wordt dat wereldwijd gedaan, en is zelfs verplicht, dus ook bij PSV. Het nadeel is echter dat je na zo’n wedstrijd (of training) hars in alle hoeken en gaten terugvindt. Vooral op de vloer. Dat moet worden schoongemaakt en dat doen de PSV-ers dan ook netjes, maar niet zelden worden daar wat plekjes vergeten. Kom je vanuit een beweging met je voet op zo’n plekje (ik spreek uit ervaring), dan kan dat leiden tot flinke blessures. Ik kan niet aantonen dat de blessure van Tia het gevolg is van hars. Ik zou het wel fijn vinden als we deze elementen uit kunnen bannen, want gevaarlijk is het wel.
Dat laatste gaat gebeuren. Stond gisteren in het Eindhovens Dagblad. In 2026 gaat de Tennishal worden omgebouwd naar een volwaardige sporthal. Dat is het in essentie al maar vanwege het feit dat er maar twee kleedkamers zijn, mogen daar geen wedstrijden op topniveau worden gespeeld. Alleen dat is nog maar de reden dat PSV handbal in de Vijfkamp speelt. In het middenstuk van de Tennishal wordt een extra verdieping geplaatst, met kleedkamers, waarna in ieder geval PSV kan verhuizen. Dat willen ze zelf ook graag, dus iedereen blij. Vanaf dat moment: Sporthal Eindhoven Noord.
Dus, aankomende zaterdag, 18.00 uur, de kraker tegen Dalto/Klaverblad Verzekeringen. Be there. En thumbs up voor Tia.
Fijne zondag.
Edwin Mulder
Voorzitter DSC Eindhoven