Na het laatste fluitsignaal spatte de droom uiteen: het verlangen naar handhaving. Het verlangen om het eerste jaar League te overleven. Het verlangen om daarna door te bouwen. Het is anders. Rauw. Hard. Op een ander veld pakte Blauw Wit haar laatste kans. Voor de tweede keer hielden ze DOS’46 van zich af. Het bezegelde het lot van DSC: directe degradatie. Na een jaar helaas weer afscheid nemen van de Korfbal League. Willekeurig komen dan woorden met de letters K, S, M, V of F in je op. Maar zoiets lost niks op.
De wedstrijd zelf. Zonder meer de moeite waard. Anouk Haars opent de score. Anne de Kok countert met een scherpe doorbraak. Via Maud Smulders, Renske Relou en Robert Roubos loopt DSC uit naar een 2–4 voorsprong. KZ antwoordt met drie rake schoten van afstand. Deze worden beantwoord met twee scores van DSC: 6–6 na acht minuten. Het golft lekker op en neer. Bij de stand 8–8, zestiende minuut, speelt KZ zich sterk naar een 12–8 voorsprong. Daar waar DSC in andere wedstrijden de tegenstander liet ontsnappen, antwoordt het nu veerkrachtig. Daan van Montfort scoort tweemaal uit een strafworp. KZ loopt toch weer uit naar een voorsprong van vier punten. DSC reageert weer met doelpunten van wederom Renske Relou en Anne de Kok. De 14–12 ruststand biedt perspectief voor het tweede bedrijf. Dat is nodig, want de livestream uit Nijeveen wordt ook gevolgd. En daar staat Blauw Wit op voorsprong.

De tweede helft zal zich voor DSC kenmerken als achtervolgend. Steeds één verschil, twee verschil, eenmaal drie verschil. DSC als “zwaan kleef aan.” Er wordt gewerkt. Er wordt gesleurd. Spoor, Van Brenk, Relou, Heuveling en De Wit. Ze scoren en doen er alles aan om langszij te komen. De meegereisde supporters proberen te ondersteunen. Maar de kwaliteit van KZ is net voldoende, onder andere met enkele mooie treffers van Kevin Dik.
De slotminuten hebben ook andere emoties. De blessure van Spoor: hij bijt zich erdoorheen. De frustratie van Robert Roubos. Een actie die bijna verkeerd wordt ingeschat door de scheidsrechter, maar uitstekend wordt tegengehouden door Carlo de Vries. ‘Respect.’
Het laatste signaal. Door merg en been. Het blaast de kaars uit van een, zeker voor de neutrale kijker, aantrekkelijke wedstrijd. In Koog-Zaandijk geen winnaars vandaag. ‘Everybody Hurts.’ Bij DSC heerst stilte. Er vloeien tranen. ‘No Words.’ Het worstcasescenario is realiteit. De woorden zijn er enkele minuten later wel, als Bo van Hoof emotioneel en uitermate bevlogen zijn team toespreekt in de kleedkamer.
Tja. Hier eindigt ook na achttienmaal mijn persoonlijke nazit. Deze laatste is niet de meest comfortabele. Ik had er graag nog twee, drie of vier geschreven. Dan zaten we nog in de race. Het loopt anders. We hadden een heerlijke seizoenstart. Vanaf kerst werd het een lange rit met blessures, mindere eerste helften, nipte verliezen tegen DVO, DOS’46 en Dalto. De mindere wedstrijd tegen Unitas en de offday tegen Blauw Wit, die de laatste strohalm wel greep. Daarmee de simpele conclusie dat het niet genoeg was. Maar met dat zinnetje zou ik het team tekort doen. Er is door de spelers, de staf en alle mensen eromheen zoveel in geïnvesteerd om een positief resultaat te halen; dat verdient alleen maar trotse waardering. Op naar de toekomst. ‘New Beginning.’
‘Here Comes the Sun.’